Gij zult niet dragen wat niet van u is

Margit van Harten • 17 mei 2026

Deel dit artikel

Ik was in ceremonie. Het was tijd om terug te geven aan mijn moeder wat ik mijn leven lang voor haar heb gedragen. Ik voelde het tot in mijn tenen. Maar ik kon niet. Hoe geef je terug als iemand zelf niet lijkt te kunnen dragen? Als je eigen schouders breder zijn?


Er ontstond een wonderschoon ritueel. In mijn handen had ik een zware steen, afkomstig uit een grot in Katharenland. Ik voelde het gewicht van alles waarvoor ik haar een leven lang tevergeefs heb proberen te behoeden. Mijn hart klopte als een gek. Mijn spieren trilden. Mijn kaken klemden. Ik kon niet meer. Het was tijd.


Toen was er de overgave. Met een diepe zucht legde ik de steen bij het beeld van de godin. Erop legde ik een bloem. We plaatsten er lichtjes omheen. In een gebed riepen we steun en licht aan voor mijn moeder. Het leek of de ruimte lichter werd, en heel zacht. We bleven er nog een tijd omheen zitten, stil en ontroerd.


Toch voelde ik dat het nog niet klaar was. Ik pakte een schaar en plaatste deze tegen de steen. ‘Hierbij verbreek ik onze lotsverbondenheid. Ik geef je terug: je angst, je onvermogen in het bestaan…’ Er volgde nog een hele lijst. ‘Ik ben vrij. Jij bent vrij. Jij kunt dit. Jouw ziel kan dit. Er is steun.’


In mijn ceremonieboek schreef ik: ‘Ik verklaar mijzelf vrij om mij eigen pad te gaan.’ En: ‘Het is de wet van de kosmos: Gij zult alleen dragen wat van u is. Zo is het leven bedoeld. En zo heeft alles zijn eigen tijd, plaats en orde.’



Wat een heling. En wat een bevrijding. 🌈✨

En dan nog even dit...


Wil je onderzoeken hoe jij een licht kunt aansteken in jouw innerlijke kelder? Welkom voor een Individuele Truffelceremonie of een Truffelceremonie (kleine groep).


Wil je een licht aansteken in jouw vrouwenlijn? Welkom bij ons Vrouwelijk Bevrijdingsritueel.


De laatste inspiratie

door Margit van Harten 8 juli 2026
Ik was op weg naar een feestje. De jarige was 50 geworden. Op weg naar binnen kwam ik iemand tegen die ik al lang niet had gezien. Het duurde even voor ik haar herkende. Ik zei haar dat ze er zo anders uitzag. Ik zocht even naar het juiste woord. ‘Zo… rijp.’ Ze reageerde niet, keek me alleen maar aan met een ondefinieerbare blik. Een andere vrouw bemoeide zich met het gesprek. ‘Rijp? Dat vind ik zo’n afschuwelijk woord. Alsof je al rot bent.’ Verbaasd antwoordde ik: ‘Maar ik bedoel het als compliment. Ik vind rijp prachtig. We rijpen toch allemaal? Ik associeer rijp met volwassen, met wijs, met innerlijke stevigheid.’ Ik zei nog wat over rijp fruit, over bloemen in volle bloei en over wijn die goed op dronk is. Maar ik zag dat het niet aankwam. Ze waren niet overtuigd. Sterker nog, ik had nog geen voet over de drempel gezet en ik had kennelijk al mijn eerste belediging uitgedeeld. Dat beloofde wat voor de rest van het feestje. 🙃
door Margit van Harten 2 juni 2026
Dragen voor een ander, het zat er al vroeg in bij mij. Ik had medelijden met alles en iedereen: de bedreigde panda, vluchtelingen, mensen die onterecht gevangen zaten, zielige familieleden. Ik wilde ze allemaal helpen. Het liefst had ik de wereld op mijn schouders genomen. Zenleraar Ton Lathouwers zei eens: ‘Pas als de laatste mens op deze aarde gered is.’ Mijn innerlijke Moeder Theresa was het roerend met hem eens. Wat heeft dat redderssyndroom me ongelooflijk veel gekost: energie, levensvreugde, tijd en geld. En het was uiteraard tevergeefs. Ik zadelde mijzelf enkel op met andermans ballast. Ik leerde er helaas maar weinig van (hardnekkig tiepje 🙃). Medelijden bleef mijn achilleshiel. Onlangs kwam ik bij de kern. Hoe zat het eigenlijk met mijn eigen zielige delen? Met de hulpeloze, de machteloze en het slachtoffer in mij? Daar had ik nog wel wat vrede mee te sluiten. En ik kwam uit bij de 1e persoon in mijn leven bij wie dit redderspatroon is ontstaan: mijn moeder. Ik zag hoe zij zelf nog een kind is, afkomstig van een emotioneel niet beschikbare moeder. Hoe ze voortkomt uit een lijn van ‘motherless children’. Hoe ik er ook één ben. Rauw en waar tegelijk. Ik zag hoe ik niet kon leunen, sterker nog: hoe ik de moeder werd van mijn moeder, zoals zoveel kinderen in vergelijkbare omstandigheden. (Wat ik daar vervolgens mee heb gedaan schreef ik onlangs in een ander blog.) Deze rolverwisseling zorgt voor enorme verstrikking en verwarring. En het helpt geen ene f*ck. Als je eenmaal in die dynamiek gevangen zit, kun je allebei niet verder. Jij niet omdat je je vleugels niet uit kunt slaan vanwege het gewicht dat er op je drukt, en de ander niet omdat deze onbedoeld bevestigd wordt in de rol van onvermogend kind. Het is dus zaak om terug te geven. Ook als de ander het niet lijkt te kunnen dragen. Achter haar/hem staan voorouders. Als je maar lang genoeg teruggaat in de lijn, kom je er vanzelf één tegen die stevig staat, bereid en met een open hart. Je geeft terug simpelweg omdat het niet van jou is. Ook al zijn jouw schouders breder. Het is de wet van de kosmos: Gij zult alleen dragen wat van u is. Zo is het leven bedoeld. En zo heeft alles zijn eigen tijd, plaats en orde. Wij kunnen niemand fixen. En niemand kan ons fixen. We moeten het zelf doen; niet alleen, maar wel zelf. Als je teruglegt in de lijn maak je een helende beweging voor alle generaties tegelijk: voor jezelf, je voorouders en de kinderen (ook bonus-/stief- & pleeg-) die na jou komen. Op naar een schone lijn. Dat we leven én doorgeven in vrijheid. 💓🙏🏼
door Margit van Harten 29 april 2026
We zijn in ceremonie. Roerloos ligt ze onder haar dekbed. Ineens gaat ze rechtop zitten en kijkt mij met een intense blik aan. ‘Ik ben aangerand toen ik 4 jaar oud was. Ik heb nooit geweten dat het zo’n impact op mijn leven had.’ ‘Wat goed dat je het nu ziet’, antwoord ik. ‘Ga dat meisje uit die benarde situatie redden’. Ze knikt en gaat weer liggen. Alweer zo’n verhaal over de diepste schending. Ik heb er al honderden gehoord, misschien zelfs meer. Ik word er elke keer weer naar van. Het went nooit. Dan loop ik langs het altaar. Mijn blik valt op de foto’s die de deelneemsters hebben neergelegd. Het is een bonte verzameling voormoeders, zussen, dochters en de vrouwen zelf, in alle leeftijden. Vlakbij deze vrouw ligt een zwart-wit portret van een jong meisje. Ik schat haar een jaar of 3 à 4. Met grote onschuldige ogen kijkt ze me aan. De gedachte dat iemand het in zijn harses haalt om zo’n onschuldig kind te betasten vervult me met afschuw. Later, als ik weer langs haar matrasje loop, vraag ik: ‘Hoe is het met je meisje? Heb je haar in veiligheid gebracht?’ Ze knikt. ‘Jazeker. En ik heb hem zijn keel doorgesneden.’ Zo dan. Dat zijn geen halve maatregelen. In het ‘echte’ leven zou ik dit nooit aanmoedigen. Maar bij het doorbreken van een patroon van freeze lijkt een flinke bak woede me wel op zijn plaats. Bij de afsluitende deelronde vertelt ze dat er wat in haar is verschoven. Het voelde altijd als iets dat haar was overkomen; nu is er een ‘hij’ die iets gedaan heeft. Een belangrijk verschil in perspectief. Eenmaal thuis, wanneer ik het aan mijn geliefde vertel, komen de tranen. Het doet zó’n pijn, elke keer opnieuw. Die diepste schending, hoe is het toch mogelijk dat zo ontzettend veel meisjes en vrouwen hier steeds weer aan worden blootgesteld? Een kinderlijke gedachte komt op. Als ik de godin was zou ik dit als eerste verbieden. Hoewel ik ook oorlog zou willen aanpakken. En hongersnood. En... Maar ik ben de godin niet. Ik ben slechts één van de velen die proberen bij te dragen aan de heling van de gevolgen. Het voelt soms als dweilen met de kraan open. Maar ja, als er niemand dweilt… Dat er ooit een dag mag komen waarop we de onschuld in onszelf en elkaar herkennen. Dat we tot in elke vezel mogen voelen dat deze onze allerliefste aandacht vraagt en de grootst mogelijke bescherming. 🙏🏼🕯️🍀💕 PS Toen ik haar toestemming vroeg om dit stukje te schrijven, hoorde ik dat het meisje op de foto haar zusje is. Die was net overleden toen dit gebeurde. Het maakt het verhaal helaas niet minder naar.
Meer inspiratie