Laat ons een licht aansteken

Margit van Harten • 9 januari 2026

Deel dit artikel

Ik ben in een ceremonie. Ik dool rond in een mistig niemandsland, niet helemaal op mijn gemak. Ik zoek, ik wacht. Ik houd het uit.


Ineens weet ik het. Wat is er nodig in tijden van verwarring? Meer God. Meer Licht. Meer Bron. Of hoe je dat Ene alomvattende maar wilt noemen.

 

Ik duik diep in meditatie. Zoals zo vaak voel ik de pijn van de wereld. Dit keer gaat mijn hart uit naar die mensen die gevangen zijn genomen en die mogelijk foltering wacht. Ondraaglijk.


Wat kan ik doen? Ik ben machteloos, hier op mijn meditatiekussen. Of toch niet? Ik pak een kaars en zet hem bij het altaar. Tegen vriendin en medereizigster Marloes zeg ik:


‘Ik steek een licht op voor alle gevangenen die met angst en beven mogelijke foltering afwachten.

Ik steek een licht op voor alle beulen, ook mijn innerlijke beul.

Ik steek een licht op voor alle jonge mensen die in deze verwarrende tijden de weg naar het licht kwijtraken.
Opdat wij allen mogen ontwaken en het licht herkennen dat we zijn.’


We zuchten. Op onze knieën nemen we plaats voor het altaar, het hoofd op de grond. Alle liefde en lichtkracht die we in ons hebben sturen we in gedachten naar deze mensen die zich in het duister bevinden. We bidden.


Na dit gebed kijken we lang in stilte naar de kaars, ontroerd.


Heeft het geholpen? Ik hoop het. Mijn mist is in elk geval geweken. Mijn innerlijke hemel is kraakhelder. En ik weet opnieuw, met nog meer zekerheid dan eerder: Ik wil een licht zijn in deze wereld. Een baken. Juist nu.


En dan nog even dit...


Zin in een kakelverse, nieuwe start? Kom langs voor een Transformatiesessie.


Wil jij iets omdraaien in jouw vrouwenlijn? Welkom bij ons Vrouwelijk Bevrijdingsritueel of bij ons Tempelweekend.


De laatste inspiratie

door Margit van Harten 15 juli 2026
Pling! ‘Frank! Margit hier. Ik dacht niet dat ik je er ooit nog voor zou benaderen - ik heb mijn fototrauma’s van de vorige keer, 7 jr geleden, nog nauwelijks overwonnen. Maar toch. Ik kan wat nieuwe foto’s gebruiken die passen bij Margit anno 2026. Dus met angstzweet all over wil ik je vragen: zou je dat nog een keer met mij willen aangaan? (Nu hoop ik dat je telefoon kapot is en dat je dit bericht nooit ziet. Haha! )’ Per ommegaande kwam het antwoord: ‘Heb jij even pech. Ik heb tijd. Kom maar lekker in de ogen van je demon kijken.’ Briljante reactie. :-) In die ogen heb ik gekeken. Elke keer ging ik weer een beetje dood. Iets met een op hol geslagen innerlijke criticus. Vanuit de camera keek ik naar mijzelf en deed ik alles wat ik zag af als nep, fake, fout. Gister hadden we onze -voorlopig- laatste shoot. Alle tekenen wezen de verkeerde kant op. Het was bloedheet in de stad + superdruk + een teringherrie vanwege de komende Vierdaagsefeesten. Mijn energie was down the drain door een overdosis mantelzorg. En tot overmaat van ramp had ik 2 dagen ervoor in een onverdraagzame bui een enorm stuk uit mijn haar geknipt, waardoor er een kale plek was achtergebleven en er steeds 1 pluk slash antenne recht omhoog stond. (Toen mijn geliefde de unit op de wastafel zag liggen dacht hij dat het een dode muis was. ;-) ) Dat bleken de ideale omstandigheden. Mijn criticus was niet bestand tegen drilboren, stank, gehamer, pissteegjes en andere wantoestanden. Hij gaf het op. Dus het werd rustig in mijn hoofd. Voor het eerst kon ik regelmatig in de camera kijken zonder verkrampte anus. En het soms zelfs een heel klein beetje leuk vinden. Ik denk dat ik een eventuele volgende shoot midden op de A2 doe. Tijdens de spits.
door Margit van Harten 8 juli 2026
Ik was op weg naar een feestje. De jarige was 50 geworden. Op weg naar binnen kwam ik iemand tegen die ik al lang niet had gezien. Het duurde even voor ik haar herkende. Ik zei haar dat ze er zo anders uitzag. Ik zocht even naar het juiste woord. ‘Zo… rijp.’ Ze reageerde niet, keek me alleen maar aan met een ondefinieerbare blik. Een andere vrouw bemoeide zich met het gesprek. ‘Rijp? Dat vind ik zo’n afschuwelijk woord. Alsof je al rot bent.’ Verbaasd antwoordde ik: ‘Maar ik bedoel het als compliment. Ik vind rijp prachtig. We rijpen toch allemaal? Ik associeer rijp met volwassen, met wijs, met innerlijke stevigheid.’ Ik zei nog wat over rijp fruit, over bloemen in volle bloei en over wijn die goed op dronk is. Maar ik zag dat het niet aankwam. Ze waren niet overtuigd. Sterker nog, ik had nog geen voet over de drempel gezet en ik had kennelijk al mijn eerste belediging uitgedeeld. Dat beloofde wat voor de rest van het feestje. 🙃
door Margit van Harten 2 juni 2026
Dragen voor een ander, het zat er al vroeg in bij mij. Ik had medelijden met alles en iedereen: de bedreigde panda, vluchtelingen, mensen die onterecht gevangen zaten, zielige familieleden. Ik wilde ze allemaal helpen. Het liefst had ik de wereld op mijn schouders genomen. Zenleraar Ton Lathouwers zei eens: ‘Pas als de laatste mens op deze aarde gered is.’ Mijn innerlijke Moeder Theresa was het roerend met hem eens. Wat heeft dat redderssyndroom me ongelooflijk veel gekost: energie, levensvreugde, tijd en geld. En het was uiteraard tevergeefs. Ik zadelde mijzelf enkel op met andermans ballast. Ik leerde er helaas maar weinig van (hardnekkig tiepje 🙃). Medelijden bleef mijn achilleshiel. Onlangs kwam ik bij de kern. Hoe zat het eigenlijk met mijn eigen zielige delen? Met de hulpeloze, de machteloze en het slachtoffer in mij? Daar had ik nog wel wat vrede mee te sluiten. En ik kwam uit bij de 1e persoon in mijn leven bij wie dit redderspatroon is ontstaan: mijn moeder. Ik zag hoe zij zelf nog een kind is, afkomstig van een emotioneel niet beschikbare moeder. Hoe ze voortkomt uit een lijn van ‘motherless children’. Hoe ik er ook één ben. Rauw en waar tegelijk. Ik zag hoe ik niet kon leunen, sterker nog: hoe ik de moeder werd van mijn moeder, zoals zoveel kinderen in vergelijkbare omstandigheden. (Wat ik daar vervolgens mee heb gedaan schreef ik onlangs in een ander blog.) Deze rolverwisseling zorgt voor enorme verstrikking en verwarring. En het helpt geen ene f*ck. Als je eenmaal in die dynamiek gevangen zit, kun je allebei niet verder. Jij niet omdat je je vleugels niet uit kunt slaan vanwege het gewicht dat er op je drukt, en de ander niet omdat deze onbedoeld bevestigd wordt in de rol van onvermogend kind. Het is dus zaak om terug te geven. Ook als de ander het niet lijkt te kunnen dragen. Achter haar/hem staan voorouders. Als je maar lang genoeg teruggaat in de lijn, kom je er vanzelf één tegen die stevig staat, bereid en met een open hart. Je geeft terug simpelweg omdat het niet van jou is. Ook al zijn jouw schouders breder. Het is de wet van de kosmos: Gij zult alleen dragen wat van u is. Zo is het leven bedoeld. En zo heeft alles zijn eigen tijd, plaats en orde. Wij kunnen niemand fixen. En niemand kan ons fixen. We moeten het zelf doen; niet alleen, maar wel zelf. Als je teruglegt in de lijn maak je een helende beweging voor alle generaties tegelijk: voor jezelf, je voorouders en de kinderen (ook bonus-/stief- & pleeg-) die na jou komen. Op naar een schone lijn. Dat we leven én doorgeven in vrijheid. 💓🙏🏼
Meer inspiratie