Een onsje luiheid graag

Sinds twee weken werk ik nog maar 4 dagen per week. En gebruik ik het weekend om te pierewaaien en mijn neus achterna te gaan. En niet stiekem mailtjes te beantwoorden, blogs te schrijven en vlogs voor te bereiden.

Misschien klinkt dit niet zo opzienbarend. Voor mij is het dat wel. En voor volksstammen ZZP-ers met mij.

Ooit had ik nog een frisse kijk op werk en vrije tijd. Ik was net afgestudeerd, had mijn 1e echte baan en werkte er een maand. Toen drong het tot me door: 5 dagen werken en 2 dagen vrij. Say what?! Hier klopte iets niet. Dat moest omgekeerd zijn. Meteen ging ik minder werken, zodat ik meer tijd had voor andere leuke dingen.

De baan erna was uitdagender; meer zelfstandigheid, geen vaste werktijden, werken op omzetbasis. Geleidelijk aan ging ik steeds meer werken. Uren reistijd golden niet als werk. ‘s Avonds laat thuiskomen, in het weekend voorbereiden: het hoorde er allemaal bij.

Tijd voor een wake up-call, zou je zeggen. Die kwam er ook, maar ik ging er niet minder door werken. Integendeel.

Ik ontdekte wat ik werkelijk wilde met mijn leven, startte met een opleiding naast mijn baan en begon voor mezelf. Een baan, een studie en een startend eigen bedrijf. Ik hoef je denk ik niet te vertellen wat dat betekende voor mijn vrije tijd…

Paar jaar later. Studie was klaar, mijn bedrijf groeide, mijn baan bouwde ik af en toen begon de droom van iedere ZZP’er: eigen baas zijn, lekker je eigen tijd indelen, werken wanneer je wilt en vrij zijn wanneer je daar behoefte aan hebt.

Kuch. Of toch niet. Ik stapte in dezelfde valkuil die veel ZZP’ers kennen: je eigen ergste baas worden. Hard werken, investeren, bouwen, zodat straks… ooit… die welverdiende vrijheid komt.
Die niet komt natuurlijk, want na iedere bocht wacht wel weer een nieuwe uitdaging die vraagt om tijd, om aandacht, om investering.

Die vrijheid ligt niet in de toekomst, om de hoek, na de volgende stap. Die ligt hier & nu. Voor het oprapen. Ik hoef ‘alleen nog maar even’ die dictatoriale baas in mijn hoofd te managen. Megagoed mijn grenzen te bewaken. Mijn redderssyndroom aan te pakken. Te herontdekken wat ik leuk vind in mijn vrije tijd. Structurele strepen in mijn agenda te zetten. Keihard af te kicken.

Tot dat inzicht kwam ik een aantal weken geleden toen ik in de sauna zat. En van pure inspiratie en werkdrift nauwelijks in het voetenbad kon blijven zitten. Jemig. Het was nog erger dan ik dacht. Tijd voor rehab.

Ik besloot dat men soms op haar 23e wijzer is dan op haar 43e, dus dat het tijd werd voor een herintroductie van de vaste vrije dag. Maandag lummeldag. Wat een goed en onwennig vooruitzicht.

Ik besloot er een stukje over te schrijven. Over het belang van lui zijn. Op Google zocht ik naar een fijn bijpassend plaatje.

Zo hé! Dát gaf me even een inkijkje in hoe wij collectief aankijken tegen lui zijn. Niks blije plaatjes van knuffelende beren en tevreden vakantievierders. Nee, foto’s van obese, ongelukkig ogende mensen met een bak popcorn op schoot voor de tv. Kim Kardashan die me toehijgde ‘if you can dream it, you can do it’, terwijl ze in een kek pakje haar Nikes strikte. Plaatjes over de maakbaarheid van mijn energie, mijn geluk en mijn leven. En teksten die mij toeblaften dat ledigheid des duivels oorkussen is.

Halleluja. Dat ik niet de enige ben die lijd aan doeverslaving was me al wel duidelijk. Daarvoor hoef ik alleen maar in mijn praktijk rond te kijken. Of collega ZZP-ers te spreken, die feitelijk altijd aan het werk zijn, met de smoes dat ze hun werk ‘zo leuk vinden dat het echt niet voelt als werk’. Die ken ik. Da’s een linke. Want niets, maar dan ook helemaal niets, is nog leuk als je het veel te lang en veel te veel doet.

Maar dat we als maatschappij zo op hol zijn geslagen, dat trof me. Niet zo gek dat de een na de ander omkukelt met een burn-out. Of zichzelf kwijtraakt in druk-druk-druk. Wat een cultuur. ‘Doen’ lijkt onze nieuwe religie. Als je maar lekker bezig bent. Vooral niet stil staan, niet minderen. Het kan altijd meer, verder, beter. In de 5e versnelling en gaan met die banaan.

En dat wil ik niet meer. Ik wil goed worden in lui zijn. In de hele dag geen klap uitvoeren en dan innig tevreden zijn met mezelf. Mijn ledigheid vieren. Van de bank naar de keuken en terug naar de bank. Of over het strand slenteren, als de wind me daarheen brengt. Of in een kroeg boven een krantje hangen.

Voorlopig voelt het nog onwennig. Dit is zó tegennatuurlijk voor deze doe-junk. Maar goed en nodig. Alleen al mijn ongemak laat mij zien hóe nodig het is.

Leve de Luiheid. Mijn nieuwe slogan. Eens kijken of ik eraan kan wennen. Millimeter voor millimeter. Wie weet heb ik wel aanleg, ergens diep verstopt.

Lummel je mee?