Het onvervulde verlangen

(of hoe we moeten genieten van de dingen wanneer ze zich aandienen)

Het volgende verhaaltje is niet erg tantrisch. Of misschien ook eigenlijk wel. Enfin, oordeel zelf maar. 😉

”Op een lange tocht sluiten die reizigers, een jood, een christen en een ongelovige, vriendschap. Ze delen verdriet en vreugde met elkaar. Als ze moeizaam door de woestijn trekken, ontdekken ze op een gegeven moment dat ze nog maar één stuk brood en een veldfles met een paar slokken water hebben.

Ze proberen het brood en het water te verdelen, maar dat geven ze al gauw op: het is nauwelijks genoeg voor één persoon. Wie mag het brood en het water hebben?

De nacht valt en ze besluiten met een rammelende maag te gaan slapen. ‘Als we morgen wakker worden’, zo komen ze overeen, ”dan vertellen we elkaar wat we hebben gedroomd. Wie de mooiste droom had mag bepalen  wat er moet gebeuren. De anderen zullen zich bij zijn beslissing neerleggen.’

Zodra de volgende ochtend de eerste zonnestralen de woestijn verlichten, staan de reizigers op. ‘In mijn droom’, vertelt de jood als eerste, ‘reisde ik door een wereld van onbeschrijflijke schoonheid. Daar ontmoette ik Mozes, die mij met zijn stralende blik opnam en zei: ‘Jij mag het brood en het water hebben, want het leven dat jij hebt geleid en nog zult leiden verdient de bewondering van alle mensen.’

‘Hoe vreemd!’, roept de christen uit. In mijn droom ontmoette ik Jezus met zijn oogverblindend gelaat, die tot mij sprak: ‘Jij hebt meer recht op het brood en het water dan je metgezellen, want jij bent wijzer en geduldiger. Het lot heeft jou uitgekozen om anderen te leiden. Het is belangrijk dat jij eet en drinkt.’

Tot slot vertelt de ongelovige zijn droom: ‘Ik heb in mijn droom niemand ontmoet. Mozes niet, Jezus niet, geen wijze vrouw, geen wijze man. Niemand heeft het woord tot mij gericht. Wel heb ik in het diepst van mijn slaap een alomtegenwoordige aanwezigheid gevoeld die mij spontaan op liet staan, het brood en het water liet pakken en mij er op onweerstaanbare wijze toe aanzette om het brood te eten en het water te drinken. En dat heb ik gedaan.’ ”