Paradijselijke bron

Een olijftak met daarboven knalblauwe lucht, dat was het laatste wat ik zag. Toen sloot ik mijn ogen. ‘En daar, in die beek, laat je jezelf helemaal schoonspoelen.’ Ik liet mij meevoeren door de stem van mijn collega Ans. Klaterend, schoon water stroomde rond mijn voeten.

Het verhaal ging door. Stroomopwaarts liep ik, voortgestuwd door een groot verlangen. ‘En daar zie je het paradijs van jouw hart.’ De beek maakte een bocht. Ik kon haast niet wachten. Hoe zou mijn paradijs eruit zien? Een soort Hof van Eden? Iets met bloemen en veel fruit? Een goddelijke geliefde?

Ik sloeg de bocht om en stapte een adembenemend schouwspel binnen. Aan de voet van een waterval lag een zonovergoten poel. Daar waren naakte vrouwen aan het baden. Eén vrouw goot water over haar handen, een ander vlocht bloemen in haar haar, weer een ander liet zich aan de rand van het water koesteren door de zon.

Onmiddellijk wist ik: dit is een plek waar vrouwen samenkomen. Om te baden, zich schoon te spoelen van al hun taken in de wereld en zich te verbinden met hun vrouwelijke bron.
Om vervolgens schoon en opgeladen weer op pad te gaan. De een om haar kunst de wereld in te brengen, de ander om met haar helende gaven zieken te ondersteunen, een ander om met haar zienerskwaliteiten bestuurders van advies te voorzien en weer een ander om haar kennis van de natuur en de sterrenkunde te verspreiden.

Elke vrouw had een eigen kwaliteit, die ze met zich meenam de wereld in. En dit was de plek waar deze vrouwen samenkwamen om te rusten en te herbronnen. Ontroerd keek ik om mij heen. Wat een paradijselijke plek. En wat een belofte school er in al die vrouwen die opgeladen weer op pad gingen.

‘Dan zie je verderop twee bankjes staan.’ De stem nodigde mij uit om de poel te verlaten en plaats te nemen op een bankje. Voor mij zou de personificatie van mijn hart verschijnen. Ik had eigenlijk geen zin, voelde me compleet op deze plek. Toch ging ik zitten. Tegenover mij verscheen een oudere vrouw met een zacht gezicht, wild krullend haar en ogen die eeuwen oud leken. Diep keek ze mij aan. Ze zag mij helemaal. En ze wist.

Onze ogen voerden een woordenloos gesprek. Dankbaar, ontroerd en diep vervuld bleef ik nog een tijdje zitten nadat ze was verdwenen.

Toen opende ik mijn ogen. Boven mij bewoog de olijftak zachtjes in de wind. Rondcirkelende gieren voerden een gracieuze dans uit tegen de blauwe hemel.

Ik zuchtte. Ik voelde me zacht en onmetelijk ruim van binnen. Mijn paradijs en ik, wij gingen er een prachtige dag van maken.

www.bewustopweg.nl/retraites